3. Landgoed Fraeylemaborg in de 18de eeuw, tekening van Anco Wigboldus (1900-1983) 1937, Jan Menze van Diepen collectie

In de historische kastelen en buitenplaatsen van Nederland is nog volop Aziatisch porselein aanwezig (afb. 1). Dat is niet voor de hand liggend, met name in de twintigste eeuw stonden dergelijke interieurs namelijk danig onder druk. Dit gold ook voor de collectie porselein die zich oorspronkelijk bevond in de buitenplaats Fraeylemaborg, gelegen te Slochteren in de provincie Groningen

In de zeventiende en achttiende eeuw was het anders: een voornaam interieur zonder Chinees en Japans porselein was in de Nederlandse Republiek haast ondenkbaar. De bloeitijd van de buitenplaats – een luxe (zomer)verblijf buiten de drukte van de stad - valt samen met het hoogtepunt van de porseleinhandel. Maar hoewel de waardering voor Aziatische porselein bleef, troffen veel buitenplaatsen een ander lot. Verstedelijking, stijgende loonkosten en sociale veranderingen leiden in de negentiende en twintigste eeuw tot verkoop en verval. Als gevolg hiervan raakte de bijbehorende historische collecties op drift. In de twintigste eeuw groeit het besef dat het ensemble van monumentaal huis, tuin én interieur bescherming verdient. De particuliere bewoning werd veelal vervangen door een museale functie en hierdoor bleven verschillende historische interieurs behouden. Maar ook na deze omslag bleven deze landgoederen en hun collecties veranderen, zoals te zien is door de lens van Landgoed Fraeylemaborg.

Landgoed Fraeylemaborg

In 1971 maken de zussen Jeanne en Louise Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren (afb. 2) zich klaar om de Fraeylemaborg te verlaten. Met pijn in het hart. De zeven eeuwen oude borg was al bijna 200 jaar van dezelfde familie. De Groninger buitenplaats bevat een bospark met koetshuis, schathuis, kassen en boomgaarden (afb. 3). Het leven met heerlijke rechten en plichten werd door de familie zo lang mogelijk vastgehouden.

Maar het kon niet meer: de inkomsten van pacht en houtverkoop daalden, terwijl tegelijkertijd de kosten van personeel en onderhoud stegen. In 1971 verkopen de zussen via een aantal veilingen de inboedel en een jaar later wordt het eigendom en beheer van de borg en het park overgedragen aan de Gerrit van Houten Stichting.1 ​​​​​​​ Na een grondige renovatie heropent de Fraeylemaborg in 1975 als museum. De volgende vijftig jaar vormen een nieuw tijdperk voor het landgoed, waarin door middel van aankopen, schenkingen en bruiklenen een nieuwe collectie wordt gevormd.  

  • 1De Gerrit van Houten Stichting werd in 1945 opgericht door de broers en zussen van de schilder Gerrit van Houten (1866-1934) voor het behoud van zijn tekeningen, aquarellen en schilderijen en daarnaast om blijvende aandacht te genereren voor zijn werk door het actief tentoon te stellen. Met de aankoop van de Fraeylemaborg werd een permanente plek gevonden om zijn werk te tonen.

Herzamelen

In de veiling van 1971 wordt ook het porselein van de Fraeylemaborg verkocht (afb. 4). Deze bevat 59 kavels ‘polychroom gedécoreerd’ (489 stuks) en 146 kavels ‘blauw gedécoreerd’ (626 stuks) Chinees en Japans porselein en aardewerk. Daarnaast zijn er 53 kavels ‘Europees porselein en aardewerk’ en slechts 8 kavels ‘Delft’ aardewerk.

Het belang van het historische interieur wordt indertijd al herkend. Een aantal Groninger fondsen en verschillende musea kopen daarom een deel van het meubilair, de schilderijen en het porselein. Het J.B. Scholtenfonds koopt twee Chinese blauw-wit kaststellen uit de Kangxi-periode (1662-1722) én de kussenkasten waarop ze stonden (afb. 5). De stichting geeft ze in bruikleen aan het nieuw geopende museum, waardoor ze sinds 1975 weer op hun oorspronkelijke plek in de Grote Zaal staan.

Beide kaststellen bestaan uit drie balustervormige dekselpotten en twee hoge stelbekers. Het is typisch exportporselein voor de Europese markt. Toch is het interessant om te weten dat Koningin Anna Paulowna (1795-1865) een vergelijkbare dekselpot bezat, nu in het bezit van het Kunstmuseum Den Haag (afb. 6). In vergelijking komt dit exemplaar toch wat koninklijker over: er is meer detail in de beschildering van de knop en vogels en de afstand tussen de vlakken is gelijkmatiger.  Verschil moet er zijn. Maar als een set van vijf is het kaststel in de Fraeylemaborg indrukwekkend. De licht gebombeerde vorm versterkt de vlakverdeling in onderglazuur blauw.  

 

 

Eén van de topstukken in de veiling is een imposant 218-stuks tellend servies met ‘de parasoldames’ naar ontwerp van Cornelis Pronk. Het is rond 1735-1740 in opdracht van de VOC in China gemaakt. Het was een servies voor hoogtijdagen. Het personeel van de Fraeylemaborg kreeg een bonus als er bij de afwas niets sneuvelde. Na de veiling is dit servies helaas opgedeeld en uit publieke zicht verdwenen. Slechts één bord, met een ongebruikelijk vierkant veld - het messing handvat is een latere toevoeging - en een terrine met deksel en onderschotel zijn vandaag nog te zien in het museum (afb. 7-8).1 Een ander 135-delig Saksisch servies bleef wél in zijn geheel in de familie. Dit werd in de periode 1760-1780 gemaakt in de Europese porseleinfabriek van Rudolstadt Volkstedt en is in 2013 teruggekeerd naar de Fraeylemaborg.​​​​​​​2 ​​​​​​​

  • 1Deze objecten werden in 2020 en 2024 aangekocht door de Jan Menze van Diepen Stichting.
  • 2Het Volkstedt servies is in 2013 aangekocht door de Jan Menze van Diepen Stichting.

Vernieuwing

Hoewel het tonen van de historische inboedel prioriteit heeft, worden de stijlkamers in de Fraeylemaborg vanaf 1975 aangevuld met bruiklenen. De Groningse verzamelaar Jan Menze van Diepen (1905-1994) is in die periode op zoek naar een plek om zijn omvangrijke collectie Aziatische keramiek te tonen en ziet een kans. In 1977 en 1982 volgen de eerste exposities van stukken uit zijn collectie Chinees en Japans porselein in de Fraeylemaborg.

De nauwe band tussen de in 1978 opgerichte Van Diepen Stichting en de Fraeylemaborg hield stand. Er zijn honderden voorwerpen uit zijn collectie te zien in de vaste opstelling. Van Diepen hield van exportgoed, kraak, overgangsporselein en het exuberant polychrome goed, waaronder ook Batavia Bruin en Amsterdams Bont. Christiaan Jörg schrijft hierover: ‘Van Diepen hield van de overdaad in een décor, van het rijke en volle effect van een versiering, van het sjieke dat een interieur ontleende aan een goed gevulde porseleinkast’. Door zijn collectie in de Fraeylemaborg te tonen, heeft Van Diepen een geheel eigen stempel gedrukt op de sfeer in de borg.

Daarnaast ondersteunt de Van Diepen Stichting aankopen die de presentatie in de Fraeylemaborg versterken. Zo werd in 2025 een grote Imari dekselpot aangekocht voor de Grote Zaal (afb. 9). Uit historische foto’s van het interieur blijkt dat er decennialang een dergelijke pot op een prominente plek voor de haard stond (afb. 10). Het was in voorname huishoudens gebruikelijk om in de zomermaanden een niet-gebruikte haard te verfraaien, bijvoorbeeld met porselein. Helaas is dit stuk na de veiling van 1971 uit het zicht verdwenen. De aankoop van een vergelijkbaar exemplaar brengt de bezoeker een stap dichter bij de historische beleving van de borg.

De collectie in de Fraeylemaborg is door de eeuwen heen door meerdere generaties gevormd, waaronder keramiek uit diverse Groninger families. Van het porselein van de achtiendeeeuwse borgheer De Sandra Veldtman, tot voorwerpen uit de fameuze Sichterman collectie en het Kangxi- kaststel van de familie Star Numan. Toekomstig onderzoek in het huisarchief van de Fraeylemaborg – dat recent toegankelijk is geworden – zal hopelijk meer inzicht in het ontstaan van de historische collectie geven. Vooralsnog lijken er geen aanwijzingen voor het obsessief verzamelen van porselein door één individu. Dat veranderde met de komst van de collectie van Jan Menze van Diepen. Door zijn verzameling onder te brengen op de Fraeylemaborg, nemen de zichtbaarheid en de veelzijdigheid van het porselein in het interieur toe. De essentie van de totaalbeleving, zo belangrijk in de buitenplaats, blijft bestaan en is nu toegankelijk voor velen.

Literatuur

Claartje Wesselink, ‘Collecties op drift. Over kastelen en kunst in Nederland’ en Henny van Harten, ‘Kan het nog maatschappelijker? in: Schitterende Ballast. Buitenplaatsen in de moderne wereld (2024)

Kunstveilingen Mak van Waay, catalogus 203, mei 1971,

Christiaan J.A. Jörg, Jan Menze van Diepen Stichting; een selectie uit de collectie Oosterse keramiek,  Slochteren, 2002.

Henny van Harten-Boers, Allemaal voor het algemeen belang, verzamelaar Jan Menze van Diepen (1905-1994), Slochteren 2018