Schotel op voetring en brede, iets opstaande platte rand. Onder op de bodem drie proen-moeten. Versierd in onderglazuur blauw met een vogel met opstaande staartveren bij een wateroppervlak. Links en rechts grote bloeiende planten. Op de wand/rand een doorlopend patroon van een rotsige grond met om en om een bloeiende prunus en een pijnboom, gescheiden door segmenten bamboe. De achterkant is onversierd. Hier is een ingenieuze compositorische oplossing gevonden voor de vraag hoe enerzijds het effect van kraakporselein met z'n vakkenindeling op de rand gehandhaafd kan blijven, anderszijds hoe toch een meer modieuze, doorlopende randversiering geschilderd kan worden. De bamboe stammen, omgeven door wat blad en geplaatst op de doorlopende rotsgrond, maken onderdeel uit van de randvoorstelling, maar werken door hun symmetrische plaatsing en rechte vorm tegelijkertijd als scheidingslijn en suggereren vier vakken, hetgeen versterkt wordt door de herhaling van de prunus en pijnboom. Een inspiratiebron hiervoor zouden Chinese kraakschotels geweest kunnen zijn, in overgangsstijl beschilderd met bomen en bamboe in de randversiering (Krahl & Ayers). Net als bij de schotel van cat. 123{} kom...
Meer informatie
Schotel
17e eeuw
Collectie
Jan Menze van Diepen Stichting
Beschrijving
Details
Datering
17e eeuw
Materiaal/techniek
gebakken
keramiek
Inventarisnummer
JMD-P-2032
Objectsoort