Voorwerp van de maand januari 2010

Klein rond schaaltje beschilderd in onderglazuur blauw met een voorstelling van een kind rijdend op een olifant. Op de voorgrond twee toefjes gras en op de achtergrond wolken en een zon.

Jixiang, het bestijgen van een olifant, is een homofoon voor het Chinese woord dat voorspoed betekent. Hierdoor krijgt de voorstelling op het schaaltje een grotendeels seculiere betekenis. Voor vele Chinezen en Japanners is de iconografie tevens duidelijk Boeddhistisch. De olifant is het vervoersmiddel van de bodhisattva Samantabhadra (Jp: Fugen), de beschermer van de Lotus Sutra en diegene die deze leer aanhangen.

 
Schoteltje, porselein, onderglazuur blauw
Ming-dynastie, Keizer Tianqi, 1621-1627
diam. 15 cm
Groninger Museum, inv.nr. 1984.0158

De eerste echte olifant in Japan werd in 1408 gezien, uit deze periode dateert een korte notitie waarin staat dat er een zwarte olifant is binnengebracht vanuit de Nanban (zuidelijke barbaarse) landen naar het hof van de keizer Go-Komatsu. Nanban verwijst in deze periode naar de landen in Zuidoost-Azië. Dit verhaal heeft geloofwaardigheid door Japans snel toenemende buitenlandse handel in de vijftiende eeuw en door het noemen van de kleur zwart. Hierdoor wordt de echte olifant onderscheiden van de witte olifant uit de Boeddhistische iconografie, die geassocieerd wordt met de bodhisattva Fugen. Het staat vast dat de eerst volgende olifant in 1597 in Japan geïntroduceerd werd, maar er zijn nog twee andere olifanten die als geschenk gezonden zijn in de zestiende eeuw, een door de koning van Cambodja en een ander door de Chinezen in 1574.