Zeer fijn gemodelleerd Ru yao bakje op voetring met een spreidende wand. Het meest typerende aan Ru is de zeer dunne, bijna witte scherf en het oppervlak dat geheel met een blauwgroen, glasachtig glazuur is bedekt. Zelfs de voetring werd meegenomen tijdens het glazuren. Dit had tot gevolg dat de voorwerpen op een proen geplaatst moesten worden tijdens het bakken, anders zou de voetring aan de ondergrond blijven kleven door het smelten van het glazuur. Na het bakken werd de proen van het voorwerp getikt, wat aan de onderkant van het voorwerp resulteert in kleine witte puntjes zonder glazuur.
Dit bakje is speciaal in opdracht van de Song keizer Zhao Gou vervaardigd en wordt ook wel Ru yao genoemd, naar de keizerlijke Ru ovens in Qingliangsi, provincie Henan. Het bakje, dat bestemd is voor het wassen van penselen, is het enige bekende Ru celadon in Nederlandse collecties. Ru celadon kent een kleine vormenvariëteit. Naast deze bakjes komen ook vazen, kommen en wierookbranders voor. De productie van Ru is niet groot geweest en heden ten dagen zijn slechts tachtigtal stukken bekend. Het merendeel bevindt zich in museale Chinese collecties, maar ook de Percival David Collection te Londen bezit een tiental voorwerpen.
Lit.: Barbara Harrisson, Keramiek uit Azië, Leeuwarden 1985, p. 21, p. 25, afb. 11