De balustervormige vaas met wijde trompetnek staat op een voetring en is versierd in onderglazuur blauw. De doorlopende voorstelling bevat vier scènes. Een groep zit voor een groot scherm rond een tafel en houdt zich bezig met kalligrafie; de tweede groep, met op de achtergrond een kleed, luistert hoe een van hen de qin bespeelt; twee mannen kijken toe hoe twee anderen weiqi spelen; en tot slot bekijkt een groepje mannen een uitgerolde schildering. Rond de voet zijn rotsen en bomen geschilderd, op de nek een tak bloeiende chrysanten. De vaas is gemerkt met het zes-karaktermerk Jiajing in een dubbele cirkel.
Vaas
China, 1670-1690
Hoogte 46,5 cem, diameter mondrand 12,8 cm, diameter voetring 13 cm
Rijksmuseum Amsterdam
inv.nr: AK-RBK-16251
Uit de collectie van het echtpaar Drucker-Fraser, in bruikleen sinds 1919, verworven in 1944.
De voorstellingen op deze vaas geven een goed inzicht in de liefhebberijen van de ontwikkelde Chinese geleerde-beambte. Van deze bezigheden stond het kalligrafereren het hoogst in aanzien. Samen met gelijkgestemde vrienden van een rolschildering genieten in de buitenlucht lijkt onpractisch, maar werd als de beste methode gezien. Het licht op het terras van een paviljoen was beter dan binnen en het had een ander voordeel: in het wame en vochtige China was het belangrijk een schildering geregeld uit de doos te halen zodat deze kon luchten. Het bespelen van een snaarinsturment werd enveneens als een vanzelfsprekende kunde beschouwd. Hier gebruikt men de klassieke qin, een breed, plat, zevensnarig instrument dat met de vinngers gespeeld wordt. Een ander, meer luitachtig instrument is de pipa met een ronde, platte klankbodem en een hals waarop de snaren gespannen zijn. Weiqi, een soort schaak, in het Japans go genoemd, is een bordspel met witte en zwarte stenen die in special potten bewaard worden. Tenslotte is ook het schrijven en voordragen van poëzie een noodzakelijke vaardigheid in het intellectuele en sociale verkeer.
Een vergelijkbare vaas bevindt zich in het Princessehof te Leeuwarden (ref.). Het merken van stukken met de naam van een vroegere keizer, hier Jiajing (1522-1566), komt vaak voor op zeventiende eeuwse en latere stukken als kwalitetsmerk. Onder keizer Kangxi (1662-1722) was het bovendien formeel verboden het merk van de regerende keizer te gebruiken op stukken die niet voor het hof bestemd waren, hoewel hiermee regelmatig de hand gelicht werd.
Publ.: C.J.A. Jörg & J. van Campen, Chinese Ceramics in the Collection of the Rijksmuseum, Amsterdam, London, 1997, cat. 87
Ref.: N. Ottema, Handboek Chineesche Ceramiek, Amsterdam 1946, afb. 215