Voorwerp van de maand september

Eivormige kan op een spreidende voet, met korte cilindrische nek en een C-vormig staand handvat dat bovenaan een gaatje heeft. Bedekt met een effen, donkerblauwe glazuur met een sterk gesleten versiering in goud van een visnetpatroon over het gehele oppervlak. Rond de nek een latere versiering van twee koorden met een strik.

Kan
Japan, circa 1660
Hoogte 21,3 cm, diameter mondrand 4,2 cm, diameter voetring 6,7 cm
Groninger Museum, Groningen
inv.nr: 1982-226

Dit stuk behoort tot het vroege exportporselein dat in Japan naar een Westers voorbeeld geproduceerd werd. De vorm is waarschijnlijk gebaseerd op een kan van Duits steengoed. Het visnetpatroon is echter Japans en komt als versiering al eerder op stukken Japans porselein voor. Dit type met een effen blauw oppervlak en een dunne lineaire versiering in zilver of goud kan gerelateerd worden aan documenten van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). In 1659 was Zacharias Wagenaer (1614-1668) het hoofd van de VOC nederzetting in Decima, het bekende waaiervormige eiland in de baai van Nagasaki. Hij had order gekregen om Japans porselein voor Nederland te bestellen, maar de desbeteffende papieren waren bij een schipbreuk verloren gegaan en hij wist niet precies wat gewenst was. Wagenaer liet daarom een assortiment van eigen keus in het nabij gelegen porseleincentrum Arita maken en schreef in zijn rapport dat het was 'naar eigen inventie, curieus op blauwen grond met kleyn silver rankagiewerck'. Hij meende daarmee iets exclusiefs besteld te hebben en hij was dan ook geërgerd toen hij ontdekte dat al spoedig daarna de porseleinwinkels in Nagasaki soortgelijk porselein aanboden, dat kennelijk als iets exotisch voor de Japanse kopers aantrekkelijk was. Deze kan heeft niet de zilveren ranken die Wagenaer vroeg, maar voldoet wel aan de beschrijving van het type en dus daarom waarschijnlijk uit zo'n porseleinwinkel in Nagasaki afkomstig.

Publ.: C.J.A. Jörg, Fine & Curious. Japanese Export Porcelain in Dutch collections, Amsterdam 2003, nr. 173
Ref.: T. Volker, Porcelain and the Dutch East India Company, Leiden 1954, pp. 136-137