Bekken op voetring met een hoge wand en een platte rand met een opstaande lip. Versierd met famille verte emails. Op het plat zijn vier boten geschilderd waarvan de grootste opvallend rijk gedecoreerd is. Hier zitten in een paviljoen een man en twee vrouwen bij een tafel, achter hen bevindt zich een bediende en voor de poort van het paviljoen knielt een derde vrouw. Het water is vol bloeiende lotusplanten die ijverig verzameld worden door vrouwen aan boord van de kleine bootjes. Op de wand vier orchidee-takken, op de rand ronde en geschulpte vakken met bloemen tegen een achtergrond van geometrisch patronen.
Bekken
China, 1700-1725
Hoogte 9 cm, diameter rand 38,5 cm, diameter voetring 24,5 cm
Rijksmuseum Amsterdam
inv.nr: AK-RBK-16357
Uit de collectie van het echtpaar Drucker-Fraser, in bruikleen sinds 1919, verworven in 1944.
Waarschijnlijk is op dit bekken een scène geschilderd uit een verhaal of toneelstuk, maar het is nog niet mogelijk gebleken om dit te identificeren. De bijzonder fraaie boot doet denken aan de boten van courtisanes. De courtisane-cultuur bereikte in de Ming-periode (1368-1644) een hoogtepunt. Zij waren kampioenen van de goede smaak en verfijning. Anders dan bij een gewone prostitué, bestond het genoegen dat zij bood voornamelijk uit het niveau van haar conversatie, luitspel, kennis van de poëzie en van de schone kunsten. In de Qing-periode (1644-1912) waaruit dit bekken stamt was de maatschappelijke acceptatie van courtisanes minder vanzelfsprekend. Hun leven paste niet in het Confucianistische ideaal van de vrouw die onvoorwaardelijk eerst de vader en vervolgens de echtgenoot dient en gehoorzaamt. Ming-thema's op Qing porselein komen echter veel vaker voor. Het zal tot op zekere hoogte een melancholiek gevoel van heimwee uitgedrukt hebben naar het echte China van voor de Manchu's. Deze vielen vanuit het noorden China binnen, namen in 1644 de macht over en vestigden de Qing-dynastie.
Publ.: C.J.A. Jörg & J. van Campen, Chinese Ceramics in the Collection of the Rijksmuseum, Amsterdam, London 1997, cat. 174