Voor een piramide spelen drie naakte putti. Eén van de putti is aan het bellenblazen en houdt een transparante bel boven een wereldbol. De putti zijn omringd door vergankelijkheidsymbolen zoals deze vaker voorkomen in vanitas-voorstellingen. De globe, de zeepbel, maar ook de schedel en het antieke, gebeeldhouwde hoofd wijzen op het verstrijken van de tijd. Het boek en het schilderspalet drukken de gedachte uit dat de kunst de dood overwint.
Wit, Jacob de (prentmaker)
-
papier
ets
hoogte 140 mm
breedte 201 mm
Rijksmuseum, Rijksprentenkabinet
RP-P-1905-6646