Voorwerp van de maand oktober

Peervormig theepotje op voetring, rechte tuit, gebogen oor. Gewelfde deksel met peervormige knop. Versierd in emailkleuren van het famille rose palet met aan weerszijden het Nederlandse wapen vastgehouden door twee leeuwen. Daaronder een cartouche met het VOC monogram. Rond de hals twee maal de tekst 'crescunt . 1728 . concordia' onder een effen rose band. Op het deksel twee maal het VOC monogram in een cartouche.
 
 
Theepot
China, circa 1728
Hoogte 11,5 cm, diameter mondrand 5,6 cm, diameter voetring 5,6 cm
Gemeentemuseum Den Haag
inv. nr: OC I-X-1984
 
Dit theepotje was onderdeel van een theeservies met kopjes, schoteltjes, een theebusje en ander theegerei. Er zijn meerdere van dergelijke theeserviezen geweest want er bestaan nogal wat kopjes en schoteltjes met deze versiering, de moderne vervalsingen niet meegerekend. De versiering is rond 1728 geschilderd met famille rose emailkleuren dat in Europa toen modern en modieus was. De theepot behoort tot de groep chine de commande met een versiering die aan een Westers model ontleend is, in dit geval niet een prent of tekening, maar een munt.
 
Het jaar 1728 was voor de VOC een bijzonder jaar omdat toen voor het eerst direkt vanuit Nederland het schip de Coxhorn naar China gezonden werd om handel te drijven in Canton, de havenstad waar de Chinese overheid de contacten met de Europese handelscompagnieën geconcentreerd had. Tot die tijd had de VOC Chinese producten betrokken van Chinese handelaren die deze met hun jonken in Batavia aanvoerden. Thee maakte daarvan een steeds belangrijker deel uit, aangezien deze drank sinds het eind van de zeventiende eeuw bijzonder populair was geworen. Maar thee die via Batavia naar Nederland werd gezonden was bij aankomst niet meer zo vers als de thee van de concurrenten in Engeland en Brugge die een direkte vaart op China onderhielden. Om de kwaliteit en de winst te verbeteren paste ook de directie van de VOC zich langen leste aan de situatie aan en stuurde zelfs schepen naar Canton, buiten Batavia om. Behalve thee moest ook zijde en porselein ingekocht worden. Voor de gelegenheid werd door de VOC in 1728 op de Westfriese Munt in Hoorn een speciale zilveren rijder geslagen met deze voorstelling. De munt werd door de Chinese porseleinschilder als voorbeeld gebruikt bij het versieren van theeserviezen die door enkele opvarenden van de Coxhorn prive of voor een opdrachtgever besteld werden. Het Latijnse opschrift op de munt ('concordia res parvae crescunt' - 'door eendracht groeien kleine zaken') was te lang en is op de theepot bekort om het dubbel te kunnen gebruiken.

Refs.: C. Le Corbeiller, China Trade Porcelain Patterns of Exchange, New York 1974, nr. 43; D. Howard & J. Ayers, China for the West, New York/London 1978, vol. 1, nr. 191; C.J.A. Jörg, Oosters Porselein-Delfts Aardewerk Wisselwerkingen, Groningen 1983, nr. 42, p. 85; D.F. Lunsingh Scheurleer, Chine de Commande, Lochem 1989, afb. 206