Voorwerp van de maand mei

 

Stolp in de vorm van een kat beschilderd in encre de chine, ijzerrood en turkoois. De kat is realistisch gevormd en geschilderd, met uitzondering van drie kleine katjes die op de vacht van de moederkat zijn aangebracht.

Kat
China, tweede helft 18de eeuw
Hoogte 11 cm, lengte 17 cm
Rijksmuseum Amsterdam
Inv. nr. AK-NM-6520
Uit de collectie van J.Th. Royer, verworven in 1814

De functie van dergelijk holle katten van keramiek is al in 1712 beschreven door de Jezuďeten missionaris Vader d'Entrecolles die in China uitgebreide notities maakte over de porseleinproductie in Jingdezhen (ref. Lunsingh Scheurleer 1982). De kat diende over een brandend kaarsje of olielampje gezet te worden en het licht dat dan door de ogen naar buiten straalde moest ratten en demonen afschrikken. Wellicht werden zo ook kinderen die 's nachts bang waren in het donker gerustgesteld. Al in de Han-tijd (206 v. Chr.-220 n.Chr.) werden katten van keramiek neergezet in de ruimten waar de zijdeworm gekweekt werd om een goede opbrengst te garanderen. Ook in het Hatcher wrak (ca. 1643) kwamen enkele blauwwitte nachtlichtkatten voor (ref. Sheaf & Kilburn).
Deze kat komt uit de verzameling van de achttiende-eeuwse Haagse amateursinoloog Jean Theodore Royer. Deze wilde zoveel mogelijk informatie over China verzamelen en legde met dat doel een uitgebreide verzameling aan. Het stuk is daarmee gedocumenteerd, hetgeen van groot belang is voor de datering en de plaatsing in een context.

Publ.: D.F. Lunsingh Scheurleer, Chine de Commande, Lochem 1989, nr. 227; C.J.A. Jörg & J. van Campen, Chinese Ceramics in the Collection of the Rijksmuseum Amsterdam, London 1997, cat. 257.
Refs.: D.F. Lunsingh Scheurleer, Brieven van pater d'Entrecolles, Alphen aan den Rijn 1982, p. 44; C. Sheaf & R. Kilburn, The Hatcher Porcelain Cargoes, Oxford 1988, p. 71, afb. 111.