Voorwerp van de maand februari

Hoge vaas op voetring, iets spreidende voet, het lichaam licht verwijdend naar de afgeronde schouder. Korte, wijde hals met spreidende mondrand. Versierd in onderglazuur blauw met een doorlopend rivierlandschap met oprijzende bergen, een paviljoen op de oever en een waterval. Op de aanzet van de schouder twee vertikale rijen van drie karakters elk. Op de schouder een band met een 'crackled ice' motief, op de hals een prunustak en een pioentak, rond de voet een zigzag band. De bodem is ongeglazuurd.

Vaas
China, 1670-1680
Hoogte 48,5 cm, diameter mondrand 12,8 cm, diameter voetring 15 cm
Groninger Museum
inv. nr. 1962-1

De bergen op deze vaas zijn op een bijzondere manier geschilderd. De omtrekken zijn stevig aangezet en het vlak daarbinnen is opgevuld met evenwijdige lijnen die de contour volgens. Daardoor krijgen de bergmassieven diepte en vooral volume. Deze stijl, die gerelateerd is aan een manier van schilderen die ook bekend is in inkt op papier, noemt men die van de 'master of the rocks'. Vroeger meende men dat porselein met een dergelijke versiering van één atelier afkomstig was of zelfs door één meesterporseleinschilder was vervaardigd, maar nu weten we dat het een modieuze stijl was die van ongeveer 1660 tot 1690 door vele schilders op porselein werd toegepast. De voorstelling is krachtig en vlot geschilderd en deze vaas kan gerekend worden tot een van de beste stukken binnen de 'master of the rocks' groep. Zeer bijzonder is de tekst op de schouder Xu Shi Wen Yuen die vertaald kan worden met: 'gemaakt voor de geëerde oudste heer van de Xu familie'. Waarschijnlijk is de vaas ooit speciaal besteld geweest voor deze meneer Xu en diende als siervaas in zijn studeervertrek of als bloemvaas op het familie altaar. Dergelijke min of meer cilindrische vazen worden vanouds in het Nederlands een 'rolwagen' genoemd; een verklaring voor die naam kan nog niet gegeven worden.

Publ.: C.J.A. Jörg, 'Treasures of the Dutch Trade in Chinese Porcelain', in: Oriental Art XLVIII-5, Singapore 2002, p. 20-26, afb. 11.